Vervoerregio Amsterdam werkt voortvarend aan Regionale Aanpak Verkeersveiligheid 2030

Samen met de vijftien gemeenten zet de Vervoerregio Amsterdam vol in op het verkleinen van risico’s in het verkeer. Hoe verloopt het proces van risicoanalyse naar uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid? Marieke van der Meer, onderzoeker verkeersveiligheid en mobiliteit bij de Vervoerregio Amsterdam, vertelt erover.


"Als Vervoerregio zijn we veel in gesprek met al onze regionale partners. Zij weten immers het beste waar in hun gemeente de verkeersveiligheid moet worden verbeterd. We hebben eerst een regionale risicoanalyse laten uitvoeren. Vanuit deze input zijn we gaan schrijven aan een overkoepelend kader. Het SPV-kader met de negen beleidsthema’s onder de drie hoofdpijlers verkeerssysteem, risicogroepen, en risicovol individueel gedrag vormt onze kapstok. Daarnaast maken we zoveel mogelijk gebruik van de factsheets van het Kennisnetwerk, zoals over de risico-indicator voldoende veilige weg- en fietsinfrastructuur, en vragen wij het Kennisnetwerk regelmatig als sparring-partner. Tijdens het schrijfproces hebben we in drie sessies samen met de partners geproefd aan het formuleren van risicogestuurde doelstellingen en gebrainstormd over prioriteiten, nieuwe oplossingsrichtingen en het aanscherpen van de aanpak.
 

Gezamenlijk draagvlak

De regionale partners en meerdere collega’s binnen onze organisatie hebben schriftelijk feedback gegeven op de volledige concepttekst van het kader. Afsluitend hebben we een sessie georganiseerd met maatschappelijke organisaties om ook hun kennis en ervaring te benutten voor oplossingsrichtingen. Zo bouwen we een gezamenlijk draagvlak op.
Deze week gaat het concept van onze Regionale Aanpak Verkeersveiligheid 2030 ter bespreking naar de bestuurders en de Regioraad zodat dit kader in juli kan worden vastgesteld. De feitelijke uitvoeringsmaatregelen moeten hier uit voortvloeien en daarvoor gaan we verder in gesprek met de gemeenten afzonderlijk. Deze uitvoeringsmaatregelen landen uiteindelijk in ons brede Uitvoeringsprogramma Mobiliteit van de Vervoerregio Amsterdam dat in oktober dit jaar wordt vastgesteld. Dit is dan ook gelijk onze regionale inzet richting het Rijk. Met onze eigen risicogestuurde aanpak willen we aanspraak maken op de SPV-rijksbudgetten.
 

Regionale partners

De partijen die we bij het proces hebben betrokken zijn de wegbeheerders – alle vijftien Vervoerregiogemeenten – de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Daarnaast zijn de regionale politie-eenheden Amsterdam en Noord-Holland aangehaakt. Maatschappelijke organisaties zoals de Fietsersbond, ANWB, KNMV, en VVN zijn ook gevraagd om mee te denken. Voordat het concept de bestuurlijke ronde in is gestuurd, is het nog ter bespreking aangeboden aan onze ambtelijke werkgroep Verkeer & Vervoer waarin alle vijftien gemeenten vertegenwoordigd zijn.
 

Ondersteuning

Eind 2019 hebben we adviesbureau Sweco gevraagd om een risicoanalyse verkeersveiligheid op te stellen. Deze analyse was een eerste stap in het proces om te komen tot een risicogestuurde aanpak. De centrale vraag was waar de grootste risico’s liggen en daarmee de kansen om een trendbreuk te bewerkstelligen in het aantal slachtoffers. De analyse richt zich op de thema’s infrastructuur, doelgroepen en gedrag en laat een prognose zien van risicoslachtoffergroepen in 2030.
We hebben nu een goed beeld van de doelgroepen in relatie tot leeftijd, modaliteit, en type weg/snelheidsregime. Duidelijk is dat de veiligheid op 50 km/uur-wegen voor fietsers de hoogste prioriteit heeft. Vooruitlopend hierop hadden we al aan SWOV gevraagd de Netwerk Safety Index voor de 50 km/uur-wegen in een light versie door te ontwikkelen (NSI Light).
De resultaten van de NSI Light zetten we zelf voor onze gemeenten in een toegankelijk dashboard. De analyse is nog niet voor al onze gemeenten uitgevoerd, maar dat willen we wel zo snel mogelijk laten doen. Maar er zijn meer speerpunten waar we in de komende jaren specifieke risicoanalyses voor willen uitwerken zodat we meer nulmetingen hebben die goed te monitoren zijn. Veel hangt af van hoe we de erkende risico-indicatoren kunnen gaan vullen met data.
 

Veel betrokkenheid

Wat het proces ons heeft opgeleverd is veel betrokkenheid van onze regionale partners, de onderlinge band is versterkt. De opkomst bij de regionale sessies was hoog. Niet alleen zoals verwacht de grote gemeenten, maar ook kleine als Landsmeer of Wormerland/Oostzaan waren vaak aanwezig. Hun betrokkenheid is heel waardevol. De sessies hebben geholpen bij het formuleren van overkoepelende doelen en prioriteiten, maar ook bij het in het vizier houden van de problematiek op deelregio- en lokaal niveau, zoals hoe om te gaan met lintwegen en smalle dijkwegen. Daarnaast heeft het proces ons duidelijk gemaakt op welke punten de gemeenten graag zien dat wij als Vervoerregio de trekkersrol vervullen en met voorstellen komen voor de regio. Een voorbeeld is de wens om gedragsthema’s als afleiding, maar ook roodlichtnegatie beter te kunnen meten en monitoren om effectiviteit van gedragsmaatregelen te beoordelen, of hier meer kennis voor op te doen uit (inter)nationaal onderzoek.
Nu gaan we verder met de gemeenten in gesprek om samen vanuit het kader met oplossingsrichtingen concrete uitvoeringsmaatregelen op te stellen. Op die manier ontlasten wij met name de kleine gemeenten, terwijl we kunnen afstemmen met de plannen en initiatieven van de grote gemeenten. De nauwe samenwerking levert iedereen dus wat op en maakt dat er een breed draagvlak is voor de Regionale Aanpak Verkeersveiligheid 2030 die we nu aan het opleveren zijn.
 

Urgentie en omvang opgave

Uit de analyse zijn thematisch gezien geen grote verrassingen naar voren gekomen, maar we merken wel dat we met goede data-onderbouwing de urgentie en de omvang van de opgave nog veel harder in beeld kunnen brengen. Het is zorgwekkend om te zien hoe de prognose wijst op een stijging van het aantal slachtoffers onder met name fietsers, waaronder ook steeds meer ouderen. Daarnaast helpt de analyse ook om scherper in beeld te hebben welke gaten er nog in onze regionale en lokale kennis zitten en welke kennisbehoefte er is. Zo hebben we bijvoorbeeld de enkelvoudige fietsongevallen nog niet goed in beeld. En er is niet alleen behoefte aan een goed overzicht hoe de infrastructuur erbij ligt, maar ook in hoeverre specifiek risicovol gedrag zoals afleiding en lachgas in het verkeer speelt in de regio.
 

Tips aan mede-overheden

Aan onze collega-overheden geef ik graag de volgende tips mee:
  • Werk aan een regionaal kader voor de lange adem en denk niet alleen ad hoc over een uitvoeringsprogramma 2030. Pak met het overkoepelende kader de kans om zaken echt te gaan integreren onder één paraplu, zoals de oplossingsrichtingen vanuit de drie E’s (veilige infrastructuur/technologie, educatie/voorlichting en handhaving) en het opzetten van goede data-onderbouwing en monitoring.
  • Richt je in het kader daarom niet alleen op infrastructuurmaatregelen (leunend op de investeringsimpuls), maar ook op de andere SPV-thema’s en maak plannen om tot een meer effectieve aanpak te komen van gedrag en de beïnvloeding van maatschappelijke normen.
  • Bespreek vroegtijdig doelen en resultaten met elkaar om te kijken of alle wegbeheerders zich erin herkennen, om dezelfde taal te spreken en inzichtelijk te krijgen welke knelpunten er liggen om tot concrete uitvoeringsmaatregelen te komen.
  • Voor de korte termijn: verdeel de jaren tot 2030 in tweeën. Er is veel in beweging gezet, maar nog niet genoeg of synchroon met wat we nú nodig hebben bij het vaststellen van het uitvoeringsprogramma. Dat betekent dat we over een jaar of twee waarschijnlijk een aantal zaken veel beter voor elkaar hebben dan nu (bijvoorbeeld werkbare risico-indicatoren die goed te meten en te monitoren zijn). Zie het als een lerende aanpak waarbij je onderweg de tijd neemt om het kader en het uitvoeringsprogramma flink te herijken. Daarom maken wij een eerste uitvoeringsprogramma van 2022-2025 en na een tussentijdse herijking van het hele kader een tweede voor 2026-2030.
  • De ambitie van nul verkeersslachtoffers is neergelegd in het streefjaar 2050. De prognose is dat, als we blijven doen wat we nu doen, het aantal slachtoffers zal stijgen. Het is dus al heel wat als we in 2030 die verwachte stijgende trend hebben weten om te zetten naar een overtuigende dalende trend. Persoonlijk verwacht ik dat we deze eerste jaren hard nodig hebben om het risicogestuurde, data-onderbouwde werken goed op de rit te krijgen. Dat betekent naar mijn idee dat we daar de vruchten van gaan plukken na 2030 en de grootste daling in ongevallencijfers tussen 2030 en 2040 moeten verwachten met daarna verdere aanscherping en consolidering om in de buurt te komen van de ambitie voor 2050.

Terug naar 'Nieuws'
Submenu openen

Vervoerregio Amsterdam werkt voortvarend aan Regionale Aanpak Verkeersveiligheid 2030

© Copyright 2021 Kennisnetwerk verkeersveiligheid - Privacy statement - Cookie statement - Disclaimer - Voorwaarden
Scroll naar boven